Skip to main content

ISABELLA, DRIE KARVELEN EN EEN CHARLATAN

Isabella, tre caravelle e un cacciaballe (Dario Fo)

1963 is het jaar van Galileo van Bertolt Brecht in de regie van Giorgio Strehler. Een spraakmakende voorstelling, die de smaak van het publiek vele jaren zal beïnvloeden.

Ook Fo’s Isabella is er zichtbaar door geïnspireerd. De openingsscène heeft onmiskenbaar ‘galileïaanse’ trekjes en enkele liederen zijn duidelijk van brechtiaanse snit.

Het stuk vormt de waterscheiding tussen de kluchten van het eerst uur: Gli arcangeli non giocano a flipper (Engelen gokken niet, 1959), Chi ruba un piede è fortunato in amore (Wie een voet steelt is gelukkig in de liefde,1961) en de komedies uit de tweede fase van Fo’s zogeheten burgelijke periode: Settimo: ruba un po meno (Het zevende gebod: steel wat minder, 1964), La signora è da buttare (Een vrouw om weg te gooien,1967).

Fo’s komedies zijn veel ambitieuzer van opzet dan zijn kluchten. Minder gratuit, bewuster in de keuze van theatrale middelen. De dialogen zijn niet meer gebaseerd op losse gags, de tekst krijgt een grotere autonomie en dichtheid, de politieke satire een belangrijker rol.

Isabella bevat schitterende scènes (de ombouw van het podium in een schip vlak voor de pauze!), maar het thema- de relatie tussen de intellectueel en de politieke macht- komt niet voldoende tot zijn recht. Het zal tot  Mistero buffo duren voordat Fo, ideologisch verder geschoold, zich ook op dit punt met Brecht kan meten.

 Eerste voorstelling: 6 september 1963 Milaan  (Teatro Odeon)
Eerste Nederlandse voorstelling: 18 januari 2003 Amsterdam (Pleintheater) door Piccolo Theater Dario Fo

1e TIMMERMAN : Je kan me nog meer vertellen…. ik vind het gewoon géén stijl!… Iemand met carnaval ophangen, dat doe je niet!

2e TIMMERMAN : Ach, als je toch de pijp uit moet, dan maakt de dag niet zoveel uit… op zich. unisono kloppend

1e TIMMERMAN : Nee, maar je gaat wél dood op een dag dat andere mensen zich juist lekker kunnen uitleven. hamert Er is totaal geen respect meer. Niet eens voor een galg! een klap

2e TIMMERMAN : …De knaap die ze zo meteen gaan hangen… die moet zich anders toch wel hartstikke thuis voelen op de planken… Carnaval of niet. afwisselend gehamer ‘T Is een toneelspeler heb ik begrepen. ze kloppen nu gelijktijdig

1e TIMMERMAN : Een toneelspeler? Beginnen ze nu ook al toneelspelers op te hangen? een harde klap Zijn ze helemaal van God los! De galg, dat was zo ongeveer het enige wat je nog wél serieus kon nemen, bij ons in Spanje. afwisselende slagen Nee hoor! Die helpen ze op die manier ook nog even naar de klote. Het komt allemaal door die pokkeninquisitie! klopt als een bezetene

2e TIMMERMAN : Hoezo? Kan een acteur kan dan geen ketter wezen volgens jou?

1e TIMMERMAN : Een ketter? Doe me een lol… klopt langzaam met grote tussenpozen Iemand die alleen maar dingen herhaalt die ie stomweg uit zijn kop heeft geleerd! …pakt een zaag, waarmee hij een blad te lijf gaat Vroeger, in de tijd van koningin Isabella, toen had je nooit van dit soort achterlijke toestanden! Met carnaval hing je de beest uit. En in de vasten sneed je mekaar de strot af. Alles op zijn tijd! En zo’n derderangs acteur, die kwam niet aan de galg, ben je gek, die werd gelijk gevierendeeld. Kom daar nou eens om! De mensen hebben geen greintje respect meer voor normen en waarden, laat staan voor religie! In de coulissen hoor je koorgezang)

2e TIMMMERMAN : Daar zal je ze hebben. Inpakken en wegwezen! (Van achteren nadert een stoet, half carnaval-, half begravenisachtig. Hij lijkt op de processies bij Goya en Ensor: monniken met kappen, meisjes met witte maskers, zwarte en zilveren vaandels, wierookvaten en in het midden de veroordeelde met de klassieke spitse witte kap en het opschrift: Ketter. Hij draagt een lang wit doodshemd. Aan hals en polsen een flinke ketting. Aan het eind van de processie een groot 4 of 5 meter breed vaandel, een soort van gobelin opgehangen aan twee lange stangen, door 2 monniken gedragen. Allen zingen Fides fidelis Berouw uw zonden en zuiver uw ziel. Geluk zal uw deel zijn tot het einde der tijden. De ketter huilt, nu hij in het helse vuur moet lijden. Hij krijt en lacht, vol schampere hoon. Zijn klacht, zijn lach stijgt op tot aan uw troon. Bij carnaval voegt zoet en zout zich samen in een bittere mengeling van lach en tranen. . Het vaandel beschilderd met allegorieën van de Heilige Inquisitie wordt achterop het podium geplaatst als achterdoek. De stoet stelt zich op, deels op het podium, deels op het proscenium. Ook de ter dood veroordeelde zingt uit volle borst mee.

BEUL : draagt een zwarte muts en een rond masker zonder neus Hé, jij daar, wil je daar ogenblikkelijk mee ophouden! Wie heeft jou gevraagd om mee te zingen?

VEROORDEELDE : Mag dat dan niet?

BEUL : Nee, natuurlijk niet! Jij bent ter dood veroordeeld. En dan hei je je kop te houden. En je te concentreren op het hiernamaals! Dat zingen is alleen maar om jou over het dooie punt heen te helpen.

VEROORDEELDE : Ik dacht al: wat een vrolijke, opgewekte muziek! Daar kikker je echt van op! Ik kreeg gewoon zin om mee te zingen.

BEUL : Niks daarvan! Jij denkt nu, met angst en beven, aan het moment straks, dat je voorgoed het hoekje om moet.

VEROORDEELDE : En als ik nou toevallig geen zin in heb om daaraan te denken?

BEUL : Dan maken we er gelijk een end aan. Laat maar zakken die handel. twee monniken met kappen voeren de opdracht uit

VEROORDEELDE : Wat nou? Word ik niet eerst verbrand dan ?

BEUL : Rustig, rustig, geen paniek. Jij krijgt van ons een volledig verzorgde uitvaart. Met alles d’r op en d’r an. We doen boven een strik om je nek en tegelijk steken we beneden gezellig de haard aan.

VEROORDEELDE : Je kan zeggen wat je wil: de moderne techniek staat voor niks! ze halen de kap van het hoofd van de veroordeelde, slaan touwen om zijn hals en beginnen om hem heen rijshout op te stapelen. Een bode komt op

BODE : Halt! Halt. Onmiddellijk stoppen. Bevel van de grootinquisiteur.

KOOR : Genade, genade! Hij krijgt genade!

BEUL : Wat is dat voor flauwekul!….. Gratie?! Voor die galgenbrok daar?

VEROORDEELDE : Ha, ha, wat een strop hè? Maar ja, wat wil je…. Carnaval … ha ha. Lacht uitbundig

KOOR : door elkaar Ze hebben ons weer mooi te grazen vanmorgen. Je wordt voor dag en dauw uit je bed getrommeld, voor een rondje om de kerk. Mag je braaf een paar liederen zingen en troost bieden. En nou krijgt die komediant nog gratie ook!

BEUL : leest de tekst van het blad dat de bode hem heeft overhandigd Besluit tot gratieverlening… tegen de fakkeldrager Hou hem ‘s wat lager. Ik kan het niet lezen zo.

VEROORDEELDE : Nou, wat zei ik?. Het was gewoon een geintje… Eerst proberen die gasten je met alle geweld wijs te maken dat je een ketter bent. Ha ha… ik een ketter. Ik weet amper wat het is.. En alleen maar omdat ik een stuk van Rojas heb gespeeld. Hij hangt de ketting aan 2 haken die aan de palen vastzitten en construeert op die manier een soort schommel, waar hij vrolijk op gaat zitten schommelen Rojas. Hoe kon ik nou weten dat dat stuk over de Spaanse Hoer op de zwarte lijst stond? Hé, kan iemand me even van de schommel afhelpen? Ik wil hier weg..

BEUL : nadat hij het dekreet heeft ingekeken Nee, jij blijft rustig zitten. Het is toch niet helemaal de gratie waar jij op rekende.

VEROORDEELDE : O nee?

KOOR : Hè, gelukkig! Een pak van ons hart.

VEROORDEELDE : Hoezo, een pak van jullie hart?

BEUL : Jij hebt, lees ik hier, een officieel verzoek ingediend. Of je met je gezelschap een blijspel mag spelen over Christopher Columbus en Koningin Isabella. Nou gefeliciteerd, dat verzoek is ingewilligd. Jij mag het onderhavige stuk opvoeren, maar dan wel hier, ter plekke, en nu meteen. Zodat daarmee in elk geval één ding als een paal boven water staat. Wie in ons land op het schavot belandt, die mag daar gewoon doen waar ie zin in heeft. Op deze planken heerst geen censuur.

VEROORDEELDE : Mag ik even. Ik heb helemaal niet gevraagd of ik dat Columbus-stuk mocht spelen.

BEUL : Had je dan een ander stuk op het oog?

VEROORDEELDE : Ook niet nee. Ik heb de grootinquisiteur nooit om toestemming gevraagd voor een opvoering Niet in mijn… dooie eentje. En ook niet met mijn gezelschap.

BEUL : Dan heeft iemand anders dat voor jou gedaan.

EEN OMSTANDER : Ze hebben je gewoon in de zeik genomen. lachend

EEN ANDER : Carnaval…. Haha…

EEN ANDER : Kijk, dat noem je nou galgenhumor! Een afscheidsgala op het schavot met de beul als uitsmijter. algemeen gelach

VEROORDEELDE : Het spijt me, maar ik ben niet van plan om hier voor jullie plezier een beetje voor aap te gaan staan. Ik heb wel wat beters te doen. Ik moet tot inkeer zien te komen… mezelf voorbereiden op een mooie dood. Hij zinkt op de knieën en zingt Fides, fidelis….

BEUL : Dat had je gedacht! Jij bereidt je nu als de sodemieter voor op die voorstelling! Bevel is bevel. En ik wil geen gelazer met de grootinquisiteur. Die heeft jou toestemming gegeven om Christoffer Columbus op te voeren en dus speel jij Columbus, anders….!

VEROORDEELDE : Anders ….? ironisch Anders hang ik?

BEUL : Zeker weten… Nee, ik heb nog een veel beter idee. Als jij verder niet moeilijk doet, dan hoef je straks niet aan de strop. En word je ook niet extra geflambeerd. pakt vlug een bijl van een van de monniken en maakt een gebaar alsof hij hem daarmee de keel wil afsnijden … Ik laat gewoon je kop eraf hakken. Tsjak!

VEROORDEELDE : maakt van schrik een sprongetje achteruit Daar moet je geen geintjes mee maken, vader! Dat is levensgevaarlijk.

BEUL : Weet je wat? Ik doe het zelf wel even. Het is ten slotte mijn vak. Een flinke hengst met dat ding hier hij wijst op de bijl en je bent er geweest. Het is voorbij voor je er erg in hebt. hij voelt aan de hals van de veroordeelde ‘s even voelen…Wat ik al dacht,… Een kind kan de was doen… Je geeft straks geen kik, wedden. Er komt een vrouw naderbij, terwijl de beul de bijl teruggeeft

VROUW : fluistert Psssst, pssst.

VEROORDEELDE : ook fluisterend Wat is er?

VROUW : Zeg, dat je wél wilt spelen. Probeer tijd te winnen. Mijn vader heeft nogal wat kontakten binnen de curie. Hij wil proberen het vonnis uitgesteld te krijgen.

VEROORDEELDE : Je meent het!

BEUL : Waarom zei jij: je meent het?

VEROORDEELDE : hardop Wie zei er hier wat?

BEUL : Nou jij.

VEROORDEELDE : Wat zei ik dan?

BEUL : Jij zei: je meent het.

VEROORDEELDE : Je meent het! Ach, ik zeg wel meer wat…. O nee, je hebt gelijk. Ja, nou je het zegt. Ik zei inderdaad je meent het… nou weet ik het opeens weer…de vrouw geeft hem een teken dat hij zijn mond moet houden Je meent het, zei ik, dat ik geen kik geef, als jij straks, tsjak, mijn kop van mijn romp slaat?

BEUL : Denk jij dat ik iemand die al met één been in het graf staat… dat ik die op het laatst nog een beetje in de maling ga staan nemen.

VEROORDEELDE : Dat vind ik verrekte sympathiek van je. Goed, mensen, iedereen van het toneel nu. We gaan beginnen. hij drijft de monniken allemaal van het toneel met energieke bewegingen Heeft iemand mijn acteurs ook gezien? Een paar reeds gekostumeerde toneelspelers komen op. Ze dragen een achtergronddoek.

TONEELSPELER : Hier. We stonden al een tijdje te wachten.

VEROORDEELDE : Waar? ziet ze nu pas Go, weet je dat ik jullie niet eens herkend had in die kostuums. Fantastisch!…. Ha. Het vaandel van de inquisitie. Dat komt hier vooraan te staan. Twee mannen, met kappen over hun hoofd, tillen de stangen op en dragen het gobelin tot vooraan op het schavot zodat het nu lijkt op een voordoek voor een absurd theaterstuk Zie je die twee gaten? Daar horen deze stangen in. Hebben we meteen een voordoek. tegen mensen die om het schavot heen staan Opzij mensen, een beetje ruimte en aandacht, graag, voor de kunst. de toeschouwers gaan zitten op het proscenium met de rug naar de zaal Hebben jullie alles bij je?

TONEELSPELER : Nee, we hebben alles thuis gelaten, nou goed. Begin maar vast met de proloog. Dan zorgen wij wel voor de rest.

VEROORDEELDE : tegen publiek Eerste bedrijf, eerste scène. Tegen een paar toeschouwers die op het toneel vlak voor het podium zitten Nee, dat gaat niet. Jullie kunnen hier niet blijven zitten. Hoezo? Nou, anders zien de mensen achter jullie niks. En die hebben er wél voor betaald. Weet je wat? Als jullie nou eens hier aan de kant komen zitten. onder protest doen ze dat Misschien hebben een paar van jullie wel zin om met ons mee te spelen? Ja? Te gek gewoon! Je helpt ons enorm uit de brand, weet je dat. Wij zitten vanavond door omstandigheden niet zo dik in onze spelers. Enigen gaan er op in en posteren zich achter het vaandel. Daaronder ook de beul

BEUL : Mag ik ook meedoen?

VEROORDEELDE : Waarom niet… hij lacht Pulcinella in de rouw.. een toespeling op het totaal zwarte kostuum van de beul, in volledige tegenstelling tot het normale kostuum van de Pulcinella Misschien hebben we straks nog wel een rolletje voor je.

BEUL : Ik wil de minnaar spelen. De jeune premier.

VEROORDEELDE : Wie niet? Beste mensen, ik doe een dringend beroep op jullie fantasie. Jullie moeten je voorstellen, dat je opeens allemaal dertig jaar jonger bent geworden. Daar heeft u geen moeite mee hè, mevrouw? We maken gewoon een sprong terug in de tijd en we schrijven het jaar 1486. Inderdaad, een fikse sprong. Tegen publiek Ik durf te wedden dat de meeste van jullie toen nog niet eens geboren waren. Opgelet, ik tel tot drie: een, twee … hopla. Ongelooflijk, hè! We zijn nu beland waar we wezen wilden. In het jaar des Heren, 1486. De beide monniken dragen het voordoek weg  We bevinden ons in het slaapvertrek van koningin Isabella. De dienstmaagden      zijn druk in de weer om haar bad klaar te maken. En ze zingen erbij. Op het schavot hangt aan een dwarsbalk een soort legertent met doeken die tot op de grond hangen. De meisjes zingen en geholpen door de twee timmerlieden maken ze het décor voor de volgende scène verder klaar. Er worden een paar rustieke stoelen opgebracht, daarnaast een groot aantal hemden, die met banden en strikken zijn versierd. De koningin komt op, gezeten in een armzalige badkuip, die ironisch verwijst naar een troonzetel, dankzij de hoge rugleuning waarboven een gebeeldhouwde adelaar hangt. Twee dienaren duwen het karretje waarop de badkuip is geplaatst. Zij bewegen zich voort als circuspaarden. De badkuip met de koninklijke inhoud wordt heel onhandig op het schavot gehesen en met water gevuld. Dat gebeurt met lege emmertjes die als aan een lopende band vanuit de coulissen worden aangereikt. Het geheel zou er bevallig en gracieus uit moeten zien, maar werkt in de uitvoering eerder grotesk. Twee meisjes leggen een schapenvel aan de voeten van de koningin. Als de koningin zich uitkleedt achter het tentdoek, sluipt een jonge man naar het paviljoentje toe om haar te bespieden. Hij wordt met een paar schoppen onder zijn derrière weggejaagd. Ook de wachten aan de zijkant worden door de meisjes verwijderd. Zij zingen

De legende van de oester en de parel.
De jongeling uit Afrika
een schoon en oesterzwart barbaar
zag de prinses Cattolica
en werd verliefd op haar.
Voor ieder klip en klaar
De moor was smoor op haar .
Zijn oog een fonkelend edelsteen
Zijn tanden blank als elvenbeen
En schoon hij schuw en schuchter scheen
Behaagde hij haar zeer.
Zij zuchtte keer op keer.
Zij bloosde telkens weer.
D’infante van Castiglia
Rijk bloeiend als magnolia
Een huid van lelieblank ivoor
Een delicaat, schelpvormig oor
Een hart dat dag en nacht
Naar zoete liefde smacht.
De jonge Moor van overzee
Die zwarter dan een oester leek
Werd bij haar aanblik wit en bleek
En bevend over al zijn lee
Kende hij rust noch vree
Wist niet meer wat hij dee
Twee oesterarmen, heel bedeesd
sloten zich teder om haar leest.
Door Amor’s pijlen zwaar verwond
Schonk zij hem prompt in deze stond
Haar honingzoete mond
Haar borsten, vol en rond.
De toren van de citadel
Bood uitzicht op het dartel stel
En wie bewaakt daar elke nacht
De goede naam van het geslacht?
Drie broeders van de maagd.
Wier eer zwaar wordt belaagd.
Een Spaanse maagd van edel bloed
Die het zomaar met een kleurling doet!
Een Moorse minnaar, ongehoord,
Hij dient te worden uitgemoord.
Veel pijlen suisden neer
Met hier en daar een speer.
Het Morenjong van overzee
Stort in de peilloos diepe zee
En in zijn val trekt hij haar mee.
Zijn frêle parelmoeren fee.
Zo zinken blank en zwart
beslist een paar apart..
De moor in ‘t onderzeese graf
Sluit zich nu als een oester af
Zij, blanker nog dan ooit te voren
Wordt dra als parel weer geboren.
Zoek zelf maar de moraal
In dit zo droef verhaal.

De toeschouwers applaudisseren

IEMAND UIT PUBLIEK : Wie is die vrouw daar, in bad?

EEN ANDER : Isabella.

IEMAND UIT PUBLIEK : Isabella van Castilië? Die waste zich toch alleen maar, als er weer ’s ergens een bisschop was overleden!

EEN ANDER : Nou, dan heeft er kennelijk eentje de geest gegeven, vandaag!

WEER EEN ANDER : Ssst. Er komt een acteur op in overdreven koninklijke kleding.

IEMAND UIT PUBLIEK : Kijk! Daar heb je Ferdinand! Ferdinand loopt het toneel over in een belachelijk majestueus, traag tempo, alsof hij wordt begeleid door een muziekkorps bij een kerkelijke processie.

EEN ANDER : Komt ie ook om zich te wassen?

EEN ANDER : Ben je gek. Dat heeft ie nog nooit gedaan.

EEN ANDER : Hè, eindelijk een democratische koning. Gelach en geroep om stilte van andere toeschouwers

FERDINAND : schuift het gordijn ietsje opzij Zit je alweer in bad?

ISABELLA : Ja, hoezo?

FERDINAND : Dat is nu al de tweede keer deze week. Stel je voor dat het volk er achter komt!

ISABELLA : Waarachter?

FERDINAND : Dat jij jezelf om de haverklap wast… en je ook nog overal scheert bovendien. Tot je oksels aan toe. Dat is iets voor Arabische vrouwen….

ISABELLA : Het lijkt mij een duidelijk teken van beschaving.

FERDINAND : Ja, maar wij zijn katholiek.

ISABELLA : Begin je weer. Met die fundamentalistische onzin! Iets wat van de Arabieren komt, dat deugt al bij voorbaat niet in jouw ogen. Wat is dat voor rare, reactionaire kronkel?

FERDINAND : Maar duifje van me! Aangezien de overgrote meerderheid van onze onderdanen net zo “reactionair” denkt als ik en alles wat jij geweldig vindt, ten ene male afwijst, zou ik het bijzonder op prijs stellen, als jij je in het openbaar wat minder aanstootgevend gedroeg.

ISABELLA : Je kan de pot op, jij!

FERDINAND : Geweldig! Zo beschaafd en gedistingeerd als jij toch altijd weer uit de hoek kan komen! Echt koninklijk, moet ik zeggen.

ISABELLA : In mijn huis praat ik gewoon zoals ik wil.

FERDINAND : In jouw huis? Voor zover ik weet, hoort dit paleis nog steeds aan de alcalde Medina.

ISABELLA : Logisch, wij zouden niet eens de huur kunnen opbrengen. Vind je het zelf niet te gek voor woorden! Hier zit de door God gezalfde koningin van Spanje. En het enige wat zij bezit is een daklozenstatus! Als een bedelaarster zwerft zij nu al jaren door haar eigen koninkrijk. Blij als ze hier en daar bij de gratie Gods mag inwonen. En na drie dagen, als de stank niet meer te harden is, weer mag opkrassen. er komt een kamermeisje op

KAMERMEISJE : Majesteit, buiten wacht Padre Galeros met die Genuees, u weet wel.

ISABELLA : Vraag of ze over een half uurtje terug komen… Nee. wacht: ik heb het toch liever morgen, of overmorgen. Vandaag staat mijn hoofd er niet naar. Ach wat, je zegt gewoon dat ik geen tijd heb. het meisje gaat af

FERDINAND : Je hébt ook geen tijd. Over een half uur word je beneden verwacht voor de internationale flikflooiparade.

ISABELLA : De wat….?

FERDINAND : Vandaag is de open dag voor het Corps Diplomatique.

ISABELLA : Ook dat nog! Alle ballen verzamelen! Ik weet het goed gemaakt, schat. Jij neemt vandaag de honneurs voor me waar. Je laat fijn je handen aflikken… je hielen voor mijn part…. Mij krijg je niet naar beneden.

FERDINAND : Hoezo?

ISABELLA : Nou, ik vind het niet prettig als ze me in mijn nakie zien. De beide dienaren duwen de badkuip op rolletjes naar buiten en zwaaien alsof ze aan de reling van een schip staan, dat uitvaart. Tuba-geschal als uit een scheepssirene. De hofdames en zelfs het koningspaar zwaaien mee.

FERDINAND : In je nakie?

ISABELLA : Ja, natuurlijk. Ik heb niks om aan te trekken. Of wil je me weer laten opdraven in de rafelige, rode paardendeken uit Malaga! Of de gifgroene soepjurk met die truttige pofmouwen! Daar kunnen ze me zo langzamerhand in uittekenen! Besef jij eigenlijk wel dat ik al in geen jaren voor mezelf een behoorlijke jurk heb laten maken. Ik bedoel, een echte nieuwe robe. Ik zit met mijn naaister alleen maar oude japonnen te vermaken. De volgende twee zinnen worden samen met haar eenstemmig ook door de koning gezegd, die dit soort klaagzangen van zijn vrouw al uit zijn hoofd kent Alles moet hier altijd op een koopje. Ik, de vrouw van de koning, ik loop rond in jurken van het jaar nul.. Terwijl je hier hofdames hebt, die zich elke maand een nieuwe jurk kunnen permitteren. Ze bestellen ze gewoon in Perugia, in Venetië zelfs. En ik: helemaal niks.

FERDINAND : Je kunt er toch eentje lenen.

ISABELLA : Nee, die is goed. Lenen! Ik doe niet anders! Enig idee van wie dat kanariegele geval was, dat ik vorige week aan had in Cordoba, bij de plechtige overhandiging van de stadssleutels? De koningin van de victorie, de vrouw die de Christenheid van het saraceense juk heeft bevrijd, is nu al zo diep gezonken dat ze bij haar hofdames een complete garderobe bij mekaar moet bietsen! En alleen maar omdat meneer met alle geweld de Moren moest verdrijven.

FERDINAND : Begin je weer met je Arabieren. Het lijkt wel of je het jammer vindt dat ik ze uit half Spanje heb verjaagd.

ISABELLA : Natuurlijk is dat doodzonde. Hoe vaak heb ik je niet gezegd: “Ferdinand, laat de Moren met rust.” Vlak voor onze laatste veldtocht nog…. Het zijn onze belangrijkste partners bij de handel op Egypte en Perzië. Zonder hen zijn we nergens. Maar nee hoor: jij moest weer zo nodig.

FERDINAND : Ik kon niet anders. Afgezien van het feit dat bepaalde compromissen met het geloof mij principieel tegen de borst stuiten.

ISABELLA : Zeg, doe me een lol. Bespaar me je clichés, ja! Daar zit ik echt niet op te wachten.

FERDINAND : Clichés?

ISABELLA : Jij praat alleen maar omdat je jezelf zo ontzettend graag hoort praten. Jij denkt ook nooit behoorlijk na voor je wat zegt. Oh, wat heb ik af en toe zin om je een trap onder je vorstelijke hol te verkopen.

FERDINAND : Het wordt me nou toch echt te gek, zeg. Eerst krijg ik een serie scheldwoorden naar mijn hoofd, waar de honden geen brood van lusten en nu begin je me ook nog fysiek te bedreigen… ten overstaan van het ganse vrouwelijk personeel.

ISABELLA : Daar zit ik niet mee! Die verstaan toch geen woord Castillaans.

FERDINAND : Het kan me niet schelen of ze het wel of niet verstaan, ik pik dat niet van je.

ISABELLA : doet hem na “Ik pik dat niet van je.” Aansteller. Dat soort dingen zeg je maar in de kroeg, tegen die mooie vriendjes van je, tegen dat zootje lekkende zuipschuiten, maar niet tegen….

FERDINAND : Lekkende zuipschuiten?! Helden des vaderlands, die aan mijn zijde hebben gestreden en gezegevierd.

ISABELLA : Dankzij mijn kanonnen, ja. de meisjes wikkelen de koningin in een laken

FERDINAND : Kanonnen? Een partij oud schroot en dat noem jij kanonnen! Drie en dertig totaal verroeste proppenschieters met voor elk op zijn hoogst drie armzalige kogels.

ISABELLA : Nou èn? Bij het beleg van Sevilla was één salvo van dat oud schroot van mij anders meer dan afdoende: drie en dertig van mijn armzalige kogels en de Moren liep het dun door de broek. Je hebt ze niet meer terug gezien. En nu doe je wel reuze negatief over die kanonnen van me, maar je had maar wat graag gezien dat ze van jou waren. Het spijt me schat, maar dat zit er niet in. De artillerie was van mama. En die heb ik persoonlijk geërfd. En jij blijft er dus met je vingers vanaf, begrepen.. Weet je waar ik jou al een tijdje van verdenk? Dat jij alleen maar met me bent getrouwd, omdat ik mama’s geschut als bruidsschat meebracht. Niet iedereen heeft de mazzel dat ie een kanonnierster trouwt met d’r eigen privé batterijen. Je bent echt een bofkont.

FERDINAND : kwaad gebaar Ja, ja, maak me maar belachelijk. Als jij mij maar te kakken kan zetten, hè. Ik ben voor jou nu eenmaal de ideale pispaal. En dan beweert Madame nog dat ze van me houdt…

ISABELLA : Maar schat, dat kan toch ook niet anders. Waar vind ik ooit iemand die net zo onfatsoenlijk mooi, slap, verwend en infantiel is als jij?